Skip to content

Bredase Guernica in depot

Publiciatie datum: 23 augustus 2014

Zeer recent hebben we een artikel geschreven over het Bredase wandtapijt ‘Land uit Water’ van Henri-George Adam. Het is onze bedoeling hiervan geweest om dit tapijt weer de aandacht te geven die het verdient. Daarom hebben we BNdeStem gevraagd om hierover te berichten, met het gewenste resultaat! Vandaag verscheen onderstaand artikel in BNdeStem waarbij we hopen binnenkort nog veel vaker over deze kwestie te mogen berichten.

Onder het plaatje staat de tekst zodat het makkelijker leesbaar is.

Bijna vergeten ligt in het depot van Breda’s Museum een groot, kostbaar wandkleed.

Door Edine Wijnands

BREDA – Hij herinnert het zich nog levendig. Laurens Siebers. Bre­dakenner, heemkundige en oud-medewerker van wat ooit cul­tureel centrum de Beyerd was. Daar hing het. Aan een lange muur in de filmzaal van de Beyerd-bioscoop: Land uit Water, een immens wandkleed van maar liefst 10 bij 2,5 meter.

Het was Sjoerd van Aalst, van de gelijknamige tapijthandel in de Catharinastraat, die het kleed bij Siebers opnieuw in herinnering bracht. Van Aalst had op zijn web­site geschreven over de Franse ta­pijtstad Aubusson. Voor Siebers aanleiding om eens te polsen. Kende Van Aalst het wandkleed dat ooit De Beyerd sierde? „Nee”, lacht Van Aalst. Hij is simpelweg te jong.

Voor Siebers aanleiding om han­denwrijvend te vertellen over ‘zijn’ kleed. Het heeft voor hem emotionele waarde. „Ooit moest ik het schoonmaken.” Met zo’n onhandige staande stofzuiger. Samen met Pierre van der Pol, cu­rator bij Breda’s Museum, schuift Siebers bij Van Aalst aan tafel aan. Hij vertelt. Over eind jaren vijftig, begin jaren zestig. De tijd dat in talloze plaatsen naar Frans voor­beeld culturele centra werden op­gericht. Ook in Breda.

Directeur destijds was Theo van Velzen. Een kunstminnend mens met veel contacten in de culturele top van Nederland. Hij adviseerde Breda over aankopen, wees op de noodzaak van een mooie kunstcol­lectie, haalde de meest uiteenlo­pende exposities in huis en richt­te een film- annex presentatiezaal in. En voor die ruimte, zocht hij wat fraais. Siebers: „Van Velzen wist de ge­meente ervan te overtuigen dat het goed was om een mooi wand­kleed aan te schaffen.” Dergelijke tapisseriekunst was destijds mo­dieus. Met name in Frankrijk. Van der Pol: „Jean Lurçat.” Siebers knikt: „Dat was een beroemde.”

Van Velzen kwam met een ande­re grootheid op de proppen. Hen­ri Georges Adam. „En inderdaad niet de minste”, zegt Siebers. Lie­veling van de Franse staat. Die voorzag de Franse kunstenaar van heel wat prestigieuze opdrachten. Adam kwam naar Breda. Hij zag de filmzaal, hoorde de wens om er een groot werk voor te ontwer­pen en trok vervolgens met een bootje de Biesbosch in. Daar trof de kunstenaar een herfstige dag vol zware golfslag en mistroostige wolken. Tegen de donkere hori­zon tekenden zich in de verte de schimmige contouren van de net gebouwde Amercentrale af.

Het inspireerde de Fransman. Al op de terugweg naar Frankrijk maakte hij de eerste schetsen voor wat een monumentaal wand­kleed werd. Land inWater. In de voor Adam kenmerkende zwart-wit-grijstinten. „Want kleur leidde alleen maar af.”

Ik denk dat alleen de wand in het Chassé Theater groot genoeg is voor het werk
(Laurens Siebers)

Het werd met de hand geweven in Aubusson en in 1962 in de Beyerd gehangen. En daar bleef het. Twintig jaar lang prijkte het in de rokerige filmzaal. Tot De Beyerd kunsthal werd, de film­zaal expositieruimte en het kleed op een rolletje in depot ver­dween. Een stukje plastic er om­heen. Ter bescherming. Van der Pol vertelt dat het inmid­dels ligt opgeslagen in Breda’s Mu­seum. Twaalf jaar geleden is het nog één keer uitgerold. „Het was toen in prima staat.”

En nu? De drie mannen veren op. Zwaaien enthousiast met de ar­men. „Dit werk mag niet worden vergeten”, zegt Siebers. „Absoluut niet”, zegt Van Aalst (die naast ta­pijthandelaar, vooral ook tapijtlief­hebber is). Het moet ergens wor­den geëxposeerd, vinden de drie.

Al wijst Van der Pol er zuinigjes op dat het wel een museumstuk is. Daar moet omzichtig mee wor­den omgesprongen. Maar ook hij zegt: „Het is een kostbaar werk, gemaakt in opdracht van Breda voor een gebouw in Breda en geïn­spireerd op de Biesbosch. Het is ontzettend jammer als het in de­pot blijft liggen.” „Of dat er mot­ten in komen”, huivert Van Aalst.

Als het aan de drie ligt, gaat het snel uit de folie en wordt het weer zichtbaar voor heel Breda. Waar? Siebers droomt: „Het Chas­sé Theater. Dat lijkt me perfect.”

Meer nieuws